Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Het Bildt. De complete tekst, waarin alle wijzigingen zijn verwerkt, is gepubliceerd. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in De Bildtse Post heeft een officieel karakter.

  

Referendum-verordening gemeente het Bildt 1997

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Het Bildt
Officiële naam regeling Referendum-verordening gemeente het Bildt 1997
Citeertitel Referendum-verordening gemeente het Bildt 1997
Vastgesteld door gemeenteraad
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp Bestuur en recht
Opmerkingen m.b.t. de regeling Datum ondertekening inwerkingstredingbesluit 28-08-1997
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 08-09-1997
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 28-08-1997
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Geen.
Kenmerk voorstel 97.08.06

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 147
  2. Gemeentewet, art. 149

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
08-09-1997 nieuwe regeling 28-08-1997
Geen.
97.08.06

De raad van gemeente het Bildt; 

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders inzake het referendum; 

 

gelet op artikel 147, 149 van de Gemeentewet; 

 

gezien het advies van de commissie voor Algemene Zaken en Financiën d.d. 20 augustus 1997; 

 

 

besluit: 

 

vast te stellen de navolgende; 

 

‘Referendum-verordening gemeente het Bildt 1997’

Artikel 1        Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 

  1. Referendum: 

Een raadplegende volksstemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen of genomen besluit; 

  1. Kiesgerechtigden:  

Diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaand aan de dag waarop het referendum wordt gehouden overeenkomstig artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente het Bildt; 

  1. (Voorgenomen) Besluit: 

een raadsuitspraak waarin het voornemen tot het nemen van een besluit kenbaar wordt gemaakt, c.q. een schriftelijke beslissing van de raad.  

Artikel 2        Toepassingsgebied

Een referendum als bedoeld in deze verordening wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele grondgebied van de gemeente of een gedeelte daarvan.  

Artikel 3        Uitzonderingen

Een referendum als bedoeld in deze verordening kan niet worden gehouden over: 

  1. besluiten van de raad in bezwaar en beroepsprocedures en besluiten tot het uitvoeren van rechtsgedingen; 

  2. besluiten over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen, besluiten over rechtspositionele regelingen, en besluiten over geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers, en hun nabestaanden; 

  3. besluiten over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; 

  4. besluiten over het voor kennisneming aannemen van notities en rapporten; 

  5. besluiten in het kader van deze verordening; 

  6. besluiten waarvan de raad van mening is dat er andere dan bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden; 

  7. besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen; 

  8. besluiten tot het vaststellen van de gemeentelijke belastingtarieven; 

  9. besluiten van de rijks- en provinciale overheid, waarbij de gemeente geen beleidsvrijheid heeft; 

  10. onderwerpen, waarover reeds eerder in het kader van deze verordening een referendum is gehouden, mits de raad om zwaarwegende redenen anders beslist.

Artikel 4        Initiatief van de raad

  1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 

  2. Het bepaalde in artikel 7 en volgende is van overeenkomstige toepassing. 

Artikel 5        Kennisgeving

  1. Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk aangeven dat zij een initiatief willen nemen tot een referendum over een (voorgenomen) besluit van de raad.

  2. Deze kennisgeving moet tenminste tien dagen vóór de raadsvergadering, waarvoor het besluit is geagendeerd, bij het college van burgemeester en wethouders worden ingediend. De kennisgeving moet worden ondersteund door 10% van het aantal kiesgerechtigden gedeeld door het aantal raadszetels. 

  3. In de kennisgeving wordt aangegeven om welk (voorgenomen) besluit het gaat. De kennisgeving gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, geboortedatum en woonplaats.  

  4. De in het derde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op daartoe van gemeentewege te verstrekken lijsten.  

  5. Indien een kennisgeving is gedaan volgens de hiervoor gestelde eisen, beslist de raad in dezelfde vergadering waarvoor het (voorgenomen) besluit van de raad is geagendeerd of over dit besluit, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3, een referendum kan worden gehouden. De raad kan zijn beslissing met ten hoogste vier weken verdagen.  

Artikel 6        Verzoek

  1. Binnen zes weken na de dag waarop de raad heeft bekend gemaakt dat op grond van de kennisgeving is besloten dat over een (voorgenomen) besluit een referendum kan worden gehouden, kan door kiesgerechtigden een schriftelijk verzoek tot het houden van een referendum worden ingediend.

  2. Dit verzoek moet worden ondersteund door 15% van het aantal kiesgerechtigden gedeeld door het aantal raadszetels. 

  3. Voor de vaststelling van het in het tweede lid bedoelde aantal, worden de kiesgerechtigden die de kennisgeving hebben ondersteund, meegerekend.  

  4. In het verzoek wordt aangegeven om welk (te nemen) raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, geboortedatum en woonplaats.  

  5. De in het vierde lid genoemde persoonsgegevens zijn geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.  

  6. Burgemeester en wethouders onderzoeken na binnenkomst van het verzoek, of dit verzoek aan de hiervoor gestelde eisen voldoet. Zij nemen hierover binnen vier weken een besluit. Zij kunnen hun beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen.  

  7. Indien het verzoek voldoet aan de hiervoor gestelde eisen, neemt de raad uiterlijk binnen tien weken na de dag van ontvangst van het verzoek een besluit over het houden van een referendum. 

Artikel 7        Aanhouden beslissing

Als een referendum wordt gehouden over een door de raad genomen besluit, dan wordt de uitvoering van dat besluit opgeschort tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het verzoek wordt beslist.  

Artikel 8        Datum

  1. De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk drie maanden na de dag waarop het definitieve verzoek is ingewilligd of nadat de raad besloten heeft tot het houden van een referendum op basis van artikel 4 van deze verordening.

 

Artikel 9        Vraagstelling

  1. De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën voor het referendum vast.  

  2. De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart of oproepingsbrief.  

Artikel 10        Advies en toezicht

De raad kan zich bij het vaststellen van de vraagstelling laten adviseren door een referendumcommissie, welke commissie minimaal bestaat uit de leden van de Commissie voor Algemene Zaken en Financiën, desgewenst aangevuld met één of méér (ambtelijke) deskundigen.  

Artikel 11        Uitvoering

Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het houden van een referendum. Zij regelen de bestuurlijke en ambtelijke coördinatie.  

Artikel 12        Budget

De raad stelt, nadat is besloten tot het houden van een referendum, een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie.  

Artikel 13        Dekking

De begroting bevat een voorziening om de kosten van ten minste één referendum per jaar te kunnen dekken. 

Artikel 14        De stemming

  1. Stemgerechtigd zijn degenen die op de drieënveertigste dag vóór de dag waarop het referendum wordt gehouden, kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad der gemeente het Bildt. 

  2. De bepalingen van de kieswet met betrekking tot de raadsverkiezingen zijn voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.  

Artikel 15        Geldigheid van de uitslag

  1. Het referendum wordt als geldig beschouwd, indien minimaal 50% van de kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht.  

  2. De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen.  

Artikel 16        De beslissing van de raad

In de eerstvolgende vergadering van de raad na de dag waarop het referendum wordt gehouden, vindt besluitvorming plaats over het aangehouden raadsbesluit dat aan het referendum is onderworpen.  

Artikel 17        Strafsanctie

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: 

  1. Stembiljetten, volmachtbewijzen, of referendumkaarten namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 

  2. Stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft;

  3. Stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 

  4. Als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden. 

 

Artikel 18        Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van haar bekendmaking. 

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad d.d. 28 augustus 1997. 

 

 

 

De secretaris,                                 De voorzitter,